Verdriet

welke woorden bij verdriet
wat rust bodemloos en niet te stillen
in het lossen van levensgebied

wat te winnen bij verlies
en eeuwig wakkere tijden, ach,
wie zal het zijn die
mijn ogen doet verblijden

waar mag ik bekomen en
welke greep laat ruimte vrij
voor tijdelijk: een onderkomen waar

mijn naam geschreven staat
en ik de vrede neem
met wat mij stilaan achterlaat.

Gedichten op kruiden

Kaneel

“Zachtzoet dartelend duifje”,
kom aan de mondhemel strelen
met je speculozen aardegrond.
Verleid de wanden tot glimlach
en blijf in weelde kussen uitdelen
in het binnenland van mijn vertroetelde mond.
Gemberdrank

Je wordt plagerig getongzoend
als door radeloze mieren
die begin- en eindpunt
van je smaaklap bestieren.
Kaneelschors

Met de punt van je sabel
verwijs je me naar de nederlaag,
jij gestaalhelmde ridder.

Maar ik geef me water als een
laatste wens en ik los je zo op
in mijn bewapende maag.

Anti-lentegedicht

Ik dacht het zal niet
waar zijn: weeral lente
zon en groeiend gras.

Komt er nooit een einde aan en
moet nu alles eenmaal
volgen op het vorige.

Is er niemand die dit
wisselen een halt toe roept,
de vogels vraagt terug te keren,
het ijs bevroren houdt,
de bloemen in hun knoppen stouwt,
de dood doet triomferen