Zonder tegenligger

Ibembwa-stoelen voor de gasten 1

Moeders volgen kinderen.
hij daar: klein maar voor
met stuwende trom denkt:
“kom, moeders, kom”.

Stoelen op moeders dansen
zich zwijgend op een uitkijk.
als door een poort sluipen ze
aanééngenaaid de foto binnen,
omwalmd door hun nationale vaandels.

niks gemotoriseerd wordt
er nauwelijks uit de bocht gegaan.
hoogstens een kramp in de voet
of een zucht als het moet
doet hen even in de marge staan.

Wat haalbaar is zegeviert hier dagelijks
als boven het menselijke.

Hoe men kijkt

Ibembwa-Maïs 1

Vol is voldoende en
minder lijkt wel moord
of nog iets ergers.
voedsel vergt ernst en
nauwgezette handgreep zoals
wij geen appel maar
baksteen of klomp ijzer
aanbidden kunnen.

Klant en keizer, kind en
nog een vierde waakhond zijn partij
bij dit merkwaardig schilderij.

Onvermoeid groeit het laatste
hoopje leven op tot de rand
van waaraf straks, op weg naar hut,
niks afvallig verloren zal.

Ze dansen

Ibembwa-dansen 1

Ze dansen wind en wolk
het dorp in,
toveren met licht tot het wordt:
een spokend schaduwenspel.

Alsof ze lopen maar
dat doen ze niet.
alsof op voetstukken
vegen zij weg: de aarde,
het stof en zingen tot
Hij-Die-Weet wellicht
een zorgenkind dat “heden” heet.

een dovende zon wordt smeltkroes
van sluimerende levenslust
en zoete gezangen binnen
de hoogte tonen van volheid gevangen.

Waterketel wandelt

Ibembwa - waterdvoorraad 1

Waterketel wandelt op struikgewas.
Onder ketel: vrouw.
Langsom ketel: inlijvende handen.
Waarom vrouw?
Waarom inlijvende handen?
Waarom wandelen op struikgewas?

Mocht de hemel het weten: ze spande
een waterboog van put tot mensenmond,
bracht de man van droogte tot handelen,
diende haar handen met verse damp
en stuurde het struikgewas wandelen.