Ze hebben dieptes gevonden

Ik haal diepe waters
uit de gronden, stil daarmee
het zoute meer, schuim af
het bezichtbare, verruim
het onverklaarbare zodat
alles wat naar boven drijft
rakelings wijkt
in omhullend rimpeltapijt.

Wij graven tot we
bereiken, tikken
brekende roeipaden
door de mist,
door willende lucht
door wat het maar is:

bootje baden in
grijswijzigende vlakte
“River Man” van Nick Drake

Waar liefde huist

Waar liefde is huist haat.
Het onvoorwaardelijke éne
haalt het voortdurend nooit

Net als leven waarop dood
zit de liefde bij de haat
op schoot te denken
waar ze vandaag zin in kent
(er is de wijde hemel, het kind, de dagdroom)

Maar de haar knijpt haar
in de billen, wast haar rode haren schoon
in vagevuur en fluistert angst
om dingen die de liefde tot stoom doen tillen.

Het is waar haat is
liefde waar stoom is
leven te vinden

Op “Barcarolle – Offenbach”

Lawalawaai

Luiwammes sluiert volume
langs het kantelraam buiten,
toonladders werpen sporten uit
tegen aanpalende huizen

Kadjoenke-kadjoenk bestiert
bulkige huisvrouwen, zeepjes
kladderend tegen
het meetrillend vensterglas.

Britney smeert haar laatste
muilmarmelade kantenklaar,
verleidt het openbare leven
als decibellenbruid.

Maar de buren verknechten
vals gestemd en langsom
getier en gevuist snorren
blauwe vrienden sireneluid de straat in,

klaar voor meerstemmig gejoel

Nessun Dorma

Ik voel dat god met mij
mee zwemt tot aan
het strand waaruit
het wassende water wegtrok.

Aangespoeld ligt hij
naast mij te wolken.
Wentelend zand rollebolt in genot
met ruimte, licht en
overzicht

Hij zegt er zit een vis
in je buik met klappend
gevin, die zal je helpen,
leiden, vervoeren,
zeggen waar het oogsten ligt.

Doch ik keerde,
wou zeezoek terug naar
wat dieptes brengen,
golven, schuim en alle
zouten,
die zo bekend en mij beminnen.

Maar hij raakte mij de navel, wiegde,
wenkte mijn buik in z’n hand,
sprak bezorgd en
duidde zwijgzaam, tilde blikken:

“Jongen,
we zijn al aan de overkant”.

 

Op Nessun Dorma uit “Turandot” van Puccini,
uitvoering: Luciano Pavarotti

Nederlandse vertaling

Niemand moet slapen, niemand moet slapen,
Zelfs jij, oh Prinses
In jou koude kamer,
staar naar de sterren,

Aanklacht over een herinnering

“Doof uit” zeg ik
maar helder verblijf je
me bij met immer
een reden om
plots en nu te zijn.

Sluit ik je buiten
dan vecht je mijn lichaam
wel moe tot ik los
waar je beeldstorm
mij velt in de strijd.

Sluit ik je in
dan wentel ik vaardig
de trappen af als
een vrijwillige duik
in veelvuldige dieptes.

Dus laat ik je maar.

Dan laat jij me weten
hoe ik jou bedwing
of hoe jij misschien
jezelf kunt vergeten.

 

Air “Once upon a time”