Auschwitz 2701194527012020

83109540_1727858280687546_6642907392805699584_n

Uw lijden kent geen woord,
het onverzoenbaar nooit voorbije
weet zich ongeneeslijk.
Spreken kan met uw verdwijnen
haast niet meer, uw meertalige dood
kan met geboekstaafd verslag
blijvend opgevoerd.
Maar zekerheid maakt plaats.
We hebben haast de twijfel aan u
met toorn en veldslag in te dijken,
woord na woord,
tot we zelf in het moeras
doch nooit zullen wijken.

Met name genoemd

Zijn we met name genoemd,
terecht of op een terugweg,
het oog uit en het hart

Werden wij geweten of
steeds maar liever niet. Bij
nacht niet en bij ontij,
niet bij Kongo of
Darfur

Zijn we nillens nu geleden
als een menselijk discours
van rot en dor en zwijgen,
tot een teken aan de wand,
tot we namen zullen krijgen.

Teveel – Te min

Zijn mij teveel:
liggende zee die zandkogels hoest,
kwatrijnen die me verlossing beloven,
ravijnen zonder bodem in zicht,
kussen die niet missen mogen,
ansichtkaart met bevende strandbillen,
krakende trap waarop hielen hinken,
hakken en zinken als een potige ramp,
nuance bij lonkend blauwe plekken en
de slagershut waar ik waarheid weeg
over het mooie weer vandaag,
het altijd maar mooiere weer,
altijd maar.
Zijn mij te min:
Jouw lach op kamertemperatuur,
liefde die hangt, nooit ‘ns landt, bolt
en rolt en van de weeromstuit
de boeken sluit,
blikjesfruit bij sangria,
huwelijkstrouw bij tamelijke roeping
en taal die mij verdenkt
op veilig te spelen,
de kosten van deze
wilde stilte te moeten delen