Nieuw lied

Een hand trekt je,
plooit zich mee
met de andere stukken
van je lichaam,
want zo voel je je:
in stukken

Eens uit de pijp, het hol, de klemming,
naaien mensen jou ineen
met tranen, vuisten,
een goed boek misschien

Maar in de verte
klinkt een lied
je rug rijpt recht,
je blik gaat wijd
zingend in de richting
van haar ritme

Moeder

I
Soms zit mijn moeder
niet in mij
dan mis ik haar hard
in andere vrouwen
en mannen
en kerken

Dan is het plein in mij
verlaten, behalve dromen
die dwalen, mij troosten
tot ik wakker word.

 

II
Die dromen willen worden,
met de jaren harder,
klimop.

Maar onvervuld
heb ik mij lief,
streel ik mijn haren
in haar plaats,
speel ik een lied,
worden nieuwe woorden
mooier misschien.