Advent

De wachter
De uitkijker
De van God en mens verlatene
De geduldige
De heen en weerder
De geketende
De bezetene
De wachter
De verbijsterde
De stilstaande
De laatlevende
de vergevene
De onbesliste
De geroepene
De wachter
De wegbereider
De ontkennende
De verkennende
De schreeuwer
De niet aflatende
De wachter

Die zich verscholen

God verschuilt zich in
de stallen van het uitgeklede leven.

Daar zijn twee
mussen op schuil voor misgedwaalde
luchtwegen, voor teneer geslagen
zonneschade, wegend op
eeuwige stok.

Daar praten verre vrouwen van
later als het kan. Die schuiven
zoute kranten bovenmatig,
maken een schoot, plooien
hun lichaam tot een boot,
laten hoeken als kanten.

Daar zijn geen kinderen,
geen hoop maar laatste
noten op de zangheul van
wazige mannen,

die schreeuwen op bootjes en
jagen naar mussen
in hoeken als kanten,
waar God die zal komen
verscholen ligt met
gespreid wassend water,

met plaats aan weerskanten.