Bangmeisje (5) – Het te redden

Bang meisje

Wat je zijn kan voor
jezelf: zoete genezing
met binnenin jou een
woordwoelende harding,
ogen als buidelse vuisten
gebald, je diepste
dromen uitgestald.

Hier wil ik landen weet
je, hier moet ik landen,
weg uit het ijle, het
dovemansdode.
Landen op handen,
op handen die landen laten,
bevangen en gelaten
op voor altijd
de jouwe.

Bang meisje (1)

Bang meisje

Ze slaapt niet,
ze buigt niet dus
kraakt als haar
lichaam dat doet.

Ze praat niet,
ze kan niet maar
spreekt want
haar lichaam getuigt.

Ze vraagt niet,
verwacht niet
maar smeekt
als haar lichaam
niet doet wat ze weet
en schokt en zweet
en schokt en zweet.

Ze ziet de benauwenis vreten
en slaat al eens terug met
gewapende blik,
dan geeft ze geen kick
en duwt van zich weg
wat de liefde moet weten.