Mijn nood

Mijn nood heeft uitzicht
maar niemand kijkt nog mee
dus niks is wat het lijken zou
mijn wonde staart naar zee

Dat licht schijnt op
de daken, vind
geen kieren en geen god
weet zich niet te laten
blijken, alles dicht en
dus op slot.

Het lijkt niet sterk genoeg
dat licht door smalle kieren
nergens mogen bloemen staan,
planten noch dieren

Mijn nood wordt stilaan sterven
de kern zijn van alleen
om van daar nieuw licht te werven
leven persen uit een steen.

De ruimte

De ruimte laat zich afronden:
de liefde verbindt zich.
Deelachtig ook mijn schaduw
binnen die ruimte, niks
wordt over het hoofd gezien:
de dieren, ze zijn er
de mensen, man en vrouw
de lucht, de wolken: regen
de zee, een schip
varen van nat naar land
hartelijk bestand tegen
onlusten die komen,

een belofte wordt dromen.