Auschwitz 2701194527012020

83109540_1727858280687546_6642907392805699584_n

Uw lijden kent geen woord,
het onverzoenbaar nooit voorbije
weet zich ongeneeslijk.
Spreken kan met uw verdwijnen
haast niet meer, uw meertalige dood
kan met geboekstaafd verslag
blijvend opgevoerd.
Maar zekerheid maakt plaats.
We hebben haast de twijfel aan u
met toorn en veldslag in te dijken,
woord na woord,
tot we zelf in het moeras
doch nooit zullen wijken.

De plotse dood

Ik schrijf van hen
die zomaar verdwijnen
als rooksignaal
door wind uitgewist,
die schijnbaar
tot het laatst zouden blijven
maar nu door
mens en dier worden gemist

Ik schrijf van hen
die zomaar verdwenen
zonder verwittiging
het nest uitgedreven
die schijnbaar met
tijd in hun jaszak speelden
maar nu deel zijn
van mijn verledenDie verlatenheid
moet soms bevestigd
dan ben ik weer compleet
in mijn gebrokenheid

Dan,
met stukken aaneen
bouwt zich een leven
in slalom,
alle kanten uit,
ongezien.

Waar liefde huist

Waar liefde is huist haat.
Het onvoorwaardelijke éne
haalt het voortdurend nooit

Net als leven waarop dood
zit de liefde bij de haat
op schoot te denken
waar ze vandaag zin in kent
(er is de wijde hemel, het kind, de dagdroom)

Maar de haar knijpt haar
in de billen, wast haar rode haren schoon
in vagevuur en fluistert angst
om dingen die de liefde tot stoom doen tillen.

Het is waar haat is
liefde waar stoom is
leven te vinden

Op “Barcarolle – Offenbach”