Knetter

Wat knetter hoe ze
glijden over gele lagen
lollyzoet, teen en schoen
plukken streepjes schaduw

Links en rechts kleumen
schermwachters moe van
weinig,
hoe ze ook buigen wind
molenwiekt hun ommekeer

Middenin stormen
lijfjes ongerept bijeen,
weten zich schrap volkomen
te zee en te land te houden

alles wil hier dromen
wat ze dansend samenvouwden.

Ik droomde je

En ik droomde dat je
scheerschuimend mijn kin
vervlocht, baard zocht maar
gelijk giechelend snapte
dat geen vlijmend mes
haar zou roven van
dit spikkelkale landschap

Ik schoof mijn bloedblauwe
hart naar je toen, je
lachte niet meer maar
bouwde die middag
een kus op de wang en
ik een nieuwe huid