Nessun Dorma

Ik voel dat god met mij
mee zwemt tot aan
het strand waaruit
het wassende water wegtrok.

Aangespoeld ligt hij
naast mij te wolken.
Wentelend zand rollebolt in genot
met ruimte, licht en
overzicht

Hij zegt er zit een vis
in je buik met klappend
gevin, die zal je helpen,
leiden, vervoeren,
zeggen waar het oogsten ligt.

Doch ik keerde,
wou zeezoek terug naar
wat dieptes brengen,
golven, schuim en alle
zouten,
die zo bekend en mij beminnen.

Maar hij raakte mij de navel, wiegde,
wenkte mijn buik in z’n hand,
sprak bezorgd en
duidde zwijgzaam, tilde blikken:

“Jongen,
we zijn al aan de overkant”.

 

Op Nessun Dorma uit “Turandot” van Puccini,
uitvoering: Luciano Pavarotti

Nederlandse vertaling

Niemand moet slapen, niemand moet slapen,
Zelfs jij, oh Prinses
In jou koude kamer,
staar naar de sterren,

De wonde

1.

Hij wenkt de elfde
als eerste,
vraagt waar zijn
die eeuwige tien,
geeft zijn hand, kust
haar hoofd, zegt
wat ze weet
maar niet wil zien
maar moeilijk gelooft.

2.

En nu zij gelooft
weet ze wel beter,
voelt zich begrepen als koningin,
nooit meer ergens tussenin maar
voluit nu en
nooit voor even dus
buitensporig
de vrouw van z’n leven

Ach Maria

Ach Maria blijf wat u was,
met straal en ster mijn
meest nabije, rake gloed
om al het blije, gul
van hart, streng als ’t moet.

Bij stromen treurnis
huil ik om zegen,
zoek hoogte bij
mijn dolende wegen,
zie mijn woede,
plaag mijn angst

Blaas daarom de geest te boven,
draag mijn groei en
blijf bestaan naast waar ik
het meeste om vrees.

Gedicht voor een christen

Maak een kruis voor
jouw gebed, weet jouw
gebed te bidden, kniel
ter nauwer nood, stoot
zo de stilte te binnen.

Overweeg het onbedoelde en
zie het onbegrepene.
Brood je lichaam uit hoop.
Wijn je bloed uit liefde.

Weet van niks maar bulk van geloof.
Wankel soms, betwijfel het licht, blijf
van wat mensen gemaakt zijn.

Op je hand ligt wat je
te doen staat. Ruim dan
het zitten voor wie naast
je, geef plaats
aan het onbedoelde,
keer om wat niet
begrepen werd,
wacht niet meer.