Geluk

Geluk is langzaam lachen
en kussen geven of
iets daartussenin: ogen
stelen met strelen
met je handpalm
helemaal haar buik bestrijken

Geluk dat kan nooit wijken zijn
voor drijfzand of voor drempelvrees,
maar iets daartussenin durven zien:

geluk is langzaam lachen misschien

Dat ik gelukkig ben

Dat ik gelukkig ben
is een stelling.
Stellig geluk valt dus
nog te bezien: ik neem
haar vast, bekijk
ze langs hoeken en kanten,
smeed ze bol of scherp en
bespied “of ze nog, of ze
nog steeds gelukkig is.”

Ik beraadslag, overweeg en
verneder met luide argumenten:
“ach nee, jij bent
geen geluk, want kijk naar
de randen: daar is leed,
gekwets en gejammer, ga weg
roep ik en mis me niet.”

Van me afschuddend
hou ik Stellig Geluk
boven alle wateren,
laat ze vallen, hoor ze
plonsen, zie hoe klein ze
afdrijft, als met een
verdwijntruck het ruime
sop kiest en me
nog niet
uit het oog verliest,
over and over again.

door Krabbelaar (feat. Toon Tellegen)