Advent

De wachter
De uitkijker
De van God en mens verlatene
De geduldige
De heen en weerder
De geketende
De bezetene
De wachter
De verbijsterde
De stilstaande
De laatlevende
de vergevene
De onbesliste
De geroepene
De wachter
De wegbereider
De ontkennende
De verkennende
De schreeuwer
De niet aflatende
De wachter

Het leven komt langs

Het leven komt langs
in stukjes of een lange boog
hangt toch wat af
van geluk,
toeval,
het ingaan op,
of juist niet,
de situatie, ook, of
God: die jou zus
of zo gewild heeft,
of hoe jij Hem niet wou,
dat kan.

Dan nog de vraag
wat stukjes zijn?
die lange boog?
lastig, bedrukt,
bedoeld, bewust maar

nooit helemaal
hoe die droom sprak. Dat niet.

Zich, zelf en toebehoren

De vijand was Zichzelf: een
klein kedut waar fnuiken aan met
smaak, verval en bloedverwanten.

Vroeger was je zei men niks of
zekerlijk conform de wet, betalend
in gebeden en in velerlei contanten.

En je was er nooit om weinig
maar omdat het God bekoorde
om de kruimels op het bord
want je leefde dus behoorde.

Nu zich en zelf verenigd bij
een put waarin men lacht, spiegelvrij,
los van licht met de schaduw
aan weerskanten,

heb ik troost in oude tijden
waar geen mens nog aan verlangt.
moet ik vinden, zal ik wijden:
behorende liefde die zichzelf ontvangt.

Nessun Dorma

Ik voel dat god met mij
mee zwemt tot aan
het strand waaruit
het wassende water wegtrok.

Aangespoeld ligt hij
naast mij te wolken.
Wentelend zand rollebolt in genot
met ruimte, licht en
overzicht

Hij zegt er zit een vis
in je buik met klappend
gevin, die zal je helpen,
leiden, vervoeren,
zeggen waar het oogsten ligt.

Doch ik keerde,
wou zeezoek terug naar
wat dieptes brengen,
golven, schuim en alle
zouten,
die zo bekend en mij beminnen.

Maar hij raakte mij de navel, wiegde,
wenkte mijn buik in z’n hand,
sprak bezorgd en
duidde zwijgzaam, tilde blikken:

“Jongen,
we zijn al aan de overkant”.

 

Op Nessun Dorma uit “Turandot” van Puccini,
uitvoering: Luciano Pavarotti

Nederlandse vertaling

Niemand moet slapen, niemand moet slapen,
Zelfs jij, oh Prinses
In jou koude kamer,
staar naar de sterren,

Mijn nood

Mijn nood heeft uitzicht
maar niemand kijkt nog mee
dus niks is wat het lijken zou
mijn wonde staart naar zee

Dat licht schijnt op
de daken, vind
geen kieren en geen god
weet zich niet te laten
blijken, alles dicht en
dus op slot.

Het lijkt niet sterk genoeg
dat licht door smalle kieren
nergens mogen bloemen staan,
planten noch dieren

Mijn nood wordt stilaan sterven
de kern zijn van alleen
om van daar nieuw licht te werven
leven persen uit een steen.

Doodgaan kent geheimen

Doodgaan kent geheimen
niet flauw doen zeg ik dan
alsof we alles weten
over wat er daarna kwam

Maar nu weten we beter
het sterven is voorbij
vooraf nog een raadsel
alle geestkracht vrij.

De hemel is dan open
de hel een dolle klucht
god die we niet weten
verlossen of berucht

Doodgaan kent geheimen
niet flauw doen zeg ik dan
alsof we alles weten
over wat er daarna kan