En uit het licht de zee

En uit het licht de zee
en naar de zee de mens
die er als de som van
alle dingen heen kijkt, vloeiend
naast gedane zaken
neerstrijkt, die niet keren
maar bewaren doet
wat zout in haar handen,
wat zout op zijn blote lijf,
wil suggereren: spijt op
een blauw blaadje,
over hem, van haar en
dat je nooit meer
springen zou, nooit
meer zomaar.