Zijn hoofd moet een scheur zijn

Zijn hoofd moet een scheur zijn,
een verdoken schuifdak boven
roerig niemandsland: zijn
binnenkant moet vleugelloze geest zijn,
ademnemende ziel, bloedevlekkend hart

Altijd maar voort wikt hij
verward en
weegt willoze liefde
met machtige taal,
buigt beide tot weegschaal zonder keuze,
zijn hoofd moet een scheur zijn.
Geïnspireerd op “Once upon a time in America”

Bij mezelf

Wanneer ik bij mezelf bedenk
wat er na morgen nog
van wat het leven me bracht
besloten en verpakt
nog onberoerd dus
uit het hart op mij
te liggen wacht.
Dan word ik ach en
weet hoe veel te kort
deze sterveling
de sterren zag en het vallen
van het liefste woord
dat besloten en verpakt
nog onberoerd dus
uit het hart op mij
te liggen wacht.

Het is even uit

Het is even uit
veelzeggend te zijn,
glooi m’n lijfje minzaam
op een zekere bodem,
hou vrede met de dag: prelude
op het volmondige nu en
beadem mezelf
met zwijgzamer land.

Alles wat daar ligt, denk ik,
is er al, maar niet met mij,
ik ben hier in het aanwezige
pronken en beluister de
nauwelijkse echo van
het hart dat me praamt
deze stilte te zijn.

Voor mij

Voor mij het open raam
de duiven vliegen binnen
daar is geen vrede meer
geen kans te herbeginnen

Spijt betonen doet geen zeer
maar wat als niemand vraagt
naar je hartpijn om zoveel
geen fout meer wordt verdraagd

Voor mij het open raam
van buiten uitgesloten
wacht ik de nieuwe maand
waar vrede wordt genoten

Samen eerst, dan apart

Samen

“Geleidelijk” glijdt
het nestje binnen. Ik ben
hier nog geweest mompelt
ze, maar dan vroeger, toen
hier nog een boom stond waar-
aan knoppen bloeiden, toen
traag zijn heerlijk was en
gele zon priklimonade speelde.

“Geleidelijk” is hier thuis,
landt en werkt als niks
tot je verlangen door,
als stappen op je hart, één
voor één tot je verder moet en
vliegen durft,
samen eerst,
dan apart.