In de winter wordt je ouder

In de winter wordt je ouder
je dagen vallen af
er komt niks meer bij
bestemming uit zicht
alsof je moet treuren
glazen worden afgespoeld
een feesttent afgebroken
daar zit je dan op stal.

Maar zonder hoogtevrees
klimt een zon zich uit zee
de mensen zullen lachen
de kinderen zijn jong
en jij graast het
wilde gras

Ode aan foto met kind

leven is aan niemand kunnen zeggen
hoe ik zo diep in je ogen
kijken kan

want ik verwar het elke keer opnieuw
en laat mijn ogenblik gewoon gebeuren
op het ritme van mijn overvloed

ik leef tussen de dageraad
en het sterfbed van de dag:
het ochtendgloren

daartussen zit ik hier gekneld
op deze bank in witste zwart
te staren naar wat later zal
en ben ik stilte, kind en tijd
tegelijk

als je goed kijkt
ben ik zelfs uitverkoren

(foto: Georgette Holvoet)

Niemandskind

Wie heeft met krasse blikken
jouw lichaam van haar jeugd beroofd.

Wie raakte wat van jou was,
deed alsof het echt was en
nam het met de horizon
waar jouw licht toen is uitgedoofd.

Wie fluisterde met lief geweld
alles wat te vroeg was,
besloeg jouw kinderogen,
heeft je naar zich toegezogen en
walste huid en haar als
een boze wolf in schapenvacht.

Wat zou ik dan met man en macht,
je bent niet hier maar boven,
waakzaam tot in eeuwigheid
voor de wolven en de bozen.