Geluk

Geluk is langzaam lachen
en kussen geven of
iets daartussenin: ogen
stelen met strelen
met je handpalm
helemaal haar buik bestrijken

Geluk dat kan nooit wijken zijn
voor drijfzand of voor drempelvrees,
maar iets daartussenin durven zien:

geluk is langzaam lachen misschien

Ik vlooi

Ik vlooi stukken leven
pelsen van bestaan
gooi die schaamteloos hoger
omdat licht daarop kan staan

zo word ik heerlijk meester
van mijzelf die word gezien
eindelijk geen twijfel
keizer bovendien

ik dompel alles onder
ook de schaduw als ze lacht
men zou eens moeten weten
hoe ik alles ronder,
hoe ik alles heb bedacht.

We knussen de vriendschap bijeen

Vriendschap

We knussen de vriendschap bijeen,
brengen en halen er lachjes mee thuis,
plagen en kleven,
spelen en geven de jeugd
alle tijd, 2 op een rij, zo snel
aan de neuzen voorbij.

Keuvelen wat op ons lijfje
geschreven werd star in de lens,
noem onze namen
ontsteek ons een wens:
“nooit meer alleen dus
altijd tezamen”.