Een schip

Van het moment af
dat je ziet
niks dan zee of rake wind
geen boute luwe kade meer
gaan land in zicht
dan weet je niet/onklaar
dat jouw midden zich
bevindt en waar.

Blind op de uitkijk
walst het schip
naar de richting
van het kompas
poets jij het dek
en dwaalt in vroeger
toen het
nog lente was.

De lenteklim

lenteklim

Zo laat ik deze lenteklim
met stijl het weerloze
blauwe in.

Mocht ik kunnen ik klom
met ze mee: lila-touw-hand-
-hupsekee: met klakkende
oortjes blatende wolk
verkennen,
zwaaien met vrije hand
naar het weegjeslage
geweg en geweer en
naar de aarde die
me kwijt en verloren
te landen ligt

Lentegedicht

Zie de lente lacht met wind
die liggen wil, het ruim van stilte
schampert willig nabij,
het ademen vrij.

Ze lacht om het verstoten avondland
want languit speelt gewonnen licht
op brakke grond,
een hond vergist zich via schaduw
naar het water, stuurloos en verstomd

De lente lacht geluid om het verlaten
winterdal, krakend aan het weefsel van de rug.

ik weet gierig van het kantelen,
stamel even
en lach vriendelijk terug.