En vloed

Vloed

Ze zwenkt onder
het blauwe land,
kronkelings buigt ze
de woorden:
“verder ben ik nooit geweest,
verder lijkt me verloren.”

Ze zwijgt en lacht
me laat terug,
wat geeft ze
mij te kennen?
Laat ze het land
voor wat het is
of durft ze te bestemmen?

Ze draait en
keert zich als een golf,
vloedt en
raakt de bedding,
voelt de warmte,
proeft het zand
en weet:
“dit is mijn redding”.