Lentegedicht

Zie de lente lacht met wind
die liggen wil, het ruim van stilte
schampert willig nabij,
het ademen vrij.

Ze lacht om het verstoten avondland
want languit speelt gewonnen licht
op brakke grond,
een hond vergist zich via schaduw
naar het water, stuurloos en verstomd

De lente lacht geluid om het verlaten
winterdal, krakend aan het weefsel van de rug.

ik weet gierig van het kantelen,
stamel even
en lach vriendelijk terug.

België

Wanneer mij de sneeuw verlaat,
mij het wit van
het bleke lichaam slaat,
de muts op stok en
het zicht bedaart,
laat dan maar
een lente binnen met
kleuren in top,
de stoelen te buiten en
als het moet
met druppels die stuiten.
Wanneer mij de regen verlaat,
mij het vocht van
het bleke lichaam slaat,
laat dan maar
de vogels fluiten.