Nieuw lied

Een hand trekt je,
plooit zich mee
met de andere stukken
van je lichaam,
want zo voel je je:
in stukken

Eens uit de pijp, het hol, de klemming,
naaien mensen jou ineen
met tranen, vuisten,
een goed boek misschien

Maar in de verte
klinkt een lied
je rug rijpt recht,
je blik gaat wijd
zingend in de richting
van haar ritme

Nieuw Lied

Een hand trekt je,
plooit zich mee met
de andere stukken
van je lichaam,
want zo voel je je:
in stukken.

Eens de pijp uit, het hol, de klemming,
naaien mensen jou ineen
met tranen, vuisten,
een goed boek.

In de verte
klinkt een lied
je rug rijpt recht,
je blik gaat open
je zingt in de richting
van haar ritme.

Onder de zee ligt haar spiegel

Diepgaand bestaan temt de tijd
tot ietwat meer voorzichtigheid.
Er haalt een klok de schouders op
met onder haar hooggeheven wijzers
lege ruimte voor verdriet.

Het is nu ver na twaalven of
zelfs later maar dat proef je
smakelijk niet en
net als alle water wordt je
zee of harde regen
op mijn weerloze haren.

Dan laten we samen tranen
op de grond van morgen
en
verschijnt gisteren
zonder afspraak
onder wijzers verborgen

Moe

Hoe sluipt eeuwige rust mij
tegemoet, word ik op kousevoeten
gewaar wat langzamer leven
me doet, voel de weeromstuit
stoten, weet mij van minste
krachten buitengesloten, zie
hoe wilsdoende het leven
wenkt, mij onderscheid van
het slapende vinden dat
niemand begrijpt, mij
van smoezen verdenkt, mij
aan het lichaam doet binden.

Langzame liefde

Ik heb met jou veel geluk gehad,
maar ook een beetje niet,
want het licht is maar half en
ik weet ook ‘ns nooit
wanneer je hand daar is
of toch weer ‘ns niet.

Ik loop jou tegemoet,
niet wij-elkaar, je
schuivende voeten bewijzen
dat het waar is, te vroeg,
te zwaar in verdriet.

Daarom geef ik je hand
in de mijne, want samen
is twee en dan staan we sterker,
kunnen we blij zijn om
wat we nu hebben,
dromen ons verder weg in het zand.

Met jou

Met jou de stad en
haar woud van vlees en
beroerde stapstenen.
Met jou de nachten, wat langer eens,
dan weer te kort van zoveel stof.
Met jou mijn wollen trui en tranen,
een vloed aan rimpels waarin
je dag na dag tellen kunt.
Met jou de strijd die jaren eerst,
dan weer een zucht van enkele
noten op jouw lied, dan weer niet.
Met jou de wijn, het mout,
de dalen en het topje
van het hoogste, weg van alle
verdriet, het bereikbare schoonste,toch?
Met jou verandert alles nog.