Ben je blij dat ik er nog ben

Ben je blij dat ik er nog ben
nog niet ondergedoken,
afgestorven, gevlucht,
mezelf in jou nog herken

of heb je alle geloof verloren
de bomen opgeborgen
het huis ingeslikt
de kinderen en toebehoren

kunnen we spreken of verbreken
de kudde uitzwaaien
achterblijven of
de grondslag omdraaien

Vriend

Vriend siert sjaal
rondomrond, hij is weer
bezig, weegt en wandelt
mij zoals ik ben:
bijna hem

Mooi zijn wij
vind je niet zo
sterk en samen
traag en zonderling, bijnaling, tweeling,
begaafd gewillig, ja met liefjes
ingebeeld, -gekaderd, belicht en
bijgezet
om wij te zijn
om standvast te blijven, te leven
of toch nog een beetje
een beetje onnozel
of nog even

We knussen de vriendschap bijeen

Vriendschap

We knussen de vriendschap bijeen,
brengen en halen er lachjes mee thuis,
plagen en kleven,
spelen en geven de jeugd
alle tijd, 2 op een rij, zo snel
aan de neuzen voorbij.

Keuvelen wat op ons lijfje
geschreven werd star in de lens,
noem onze namen
ontsteek ons een wens:
“nooit meer alleen dus
altijd tezamen”.