Waarom ze niet kussen

Zij:

Man, je voelt stoppelig
dus njet
geen kussen
op dit spijkerbed
maar lijden
tot je scheert
wat snijdt als zwaard
en mij bezeert.

Hij:

Vrouw, ik hoor woorden
houterig schuren,
geen kussen dus
maar schreien
tot je dooft
wat ik moet verduren,
en mijn oorschelp
doormidden wil borduren.

Haar Rijk kome

4537447232_2f5228ed98_o

Haar Rijk kome,
niet vanzelf maar
in kolkig gemoei van cyclonen,
taal die splijt de hoogste tonen,
die spant een tuig aan
het snelste paard, die ruw
en onvervaard het land
bespringt,
haar keel ontsluit
haar nieuwe lied zingt over
spankracht, ruimte, leven,
over waar de nood
aan passie begint.

Een vrouw te beminnen

Bid haar gewaagde mond
honderd grepen lettergespin,
bemin en begrijp,
met kalmte zou ze
je kussen

Lens je oog naar
de bron van het plan,
vis er de bedoelingen uit,
leg ze op haar buik, met
vrede zou ze je strelen.

Bestrijk het pluis
waar het verlangen
haar riep,
opper de waarheid, leg
ze aan haar voeten
en wandel,
wandel, wandel.

De wind en het warren van de geest

Wat had ik maar huilt een
wind een vrouw bij man te huis.
Een deur valt open: de mond en
het kind manen moed, ze
berichten er de liefde

Ik zie hen zo de weg van luilach links
te laten, zakken zucht ploffen blind,
het licht lacht uit de kiezen, het zand,
de mieren rollen tunnels onderdoor. De tijd
holt achteruit, op lakens wegen zij de dingen
af en toe zegt hij nog een keer

Wat had ik maar de war zo half en
half en spijt op wangen verblijd die
verlaten en vervangen,
die krijsen genoeg of vanavond laat
het leven luidop hangen

Het wordt tijd dat de klok,
dat de tijd, het gewin, zuigende ramen,
het wordt tijd dat rolluiken, hoeken mondvlees, duinen en daden,
spinners gelijk of gelijkenissen zondermeer,
dat de klokken,
het wordt tijd dat de klokken,
het wordt tijd,
dat de wind valt.

De Ark

De ruimte laat zich afronden:
de liefde verbindt zich.
Deelachtig ook mijn schaduw
binnen die ruimte, niks
wordt over het hoofd gezien:
de dieren, ze zijn er
de mensen, man en vrouw
de lucht, de wolken: regen
de zee, een schip
varen van nat naar land
hartelijk bestand tegen
onlusten die komen,

een belofte wordt dromen.

De ruimte

De ruimte laat zich afronden:
de liefde verbindt zich.
Deelachtig ook mijn schaduw
binnen die ruimte, niks
wordt over het hoofd gezien:
de dieren, ze zijn er
de mensen, man en vrouw
de lucht, de wolken: regen
de zee, een schip
varen van nat naar land
hartelijk bestand tegen
onlusten die komen,

een belofte wordt dromen.