Ze hebben dieptes gevonden

Ik haal diepe waters
uit de gronden, stil daarmee
het zoute meer, schuim af
het bezichtbare, verruim
het onverklaarbare zodat
alles wat naar boven drijft
rakelings wijkt
in omhullend rimpeltapijt.

Wij graven tot we
bereiken, tikken
brekende roeipaden
door de mist,
door willende lucht
door wat het maar is:

bootje baden in
grijswijzigende vlakte
“River Man” van Nick Drake

Water

Zoals het water wou ik straten overlopen,
maar het water vond nooit een weg langs mij.

Hetzelfde met de wind:
haar wou ik bomen doen omploegen,
maar ze ging niet akkoord en
ze verloor zichzelf in de eigen stroom.

Van alles wat het leven in me sloot,
wat het dit water die al z’n wind ontbood.

I now walk

into the wild

Het is niet hoe
trossen de druiven lossen, ze
drommels niet meer willen, hoe
delvende wolken licht
uit je lichaam tillen, haar
de boeken dichter, het sluiten
verder en
de weg die vooruit en
open richt. Nee,

het is het water.

Die moet je dus halen,
de boer op en
alles daarachter,

die drang naar Noorden
met je leven betalen.

En vloed

Vloed

Ze zwenkt onder
het blauwe land,
kronkelings buigt ze
de woorden:
“verder ben ik nooit geweest,
verder lijkt me verloren.”

Ze zwijgt en lacht
me laat terug,
wat geeft ze
mij te kennen?
Laat ze het land
voor wat het is
of durft ze te bestemmen?

Ze draait en
keert zich als een golf,
vloedt en
raakt de bedding,
voelt de warmte,
proeft het zand
en weet:
“dit is mijn redding”.