De wortels van haar liefde – Sprookje

Ze ging blootsvoets mee
de hemel in , de hemel uit,
hield laagtes onder
haar lichaam in bedwang,
wist deze wel te vinden maar
wou ze kwijt, ergens
te lauwe lande.

Hoe hoger ze kwam,
hoe langer haar lichaam.

Laagtes trokken haar te neer,
haar blootse voeten verend
over de wolken. Ze was als
zonder bodem, zonder dak.

Net op het ogenblik
dat haar benen knapten
liet ze de wolken los dus
zweefde ze, benen,
lichaam elk apart, met
tussenin haar lichte hart.

Zo dreef ze
eeuwig sopraan en
raakte ze nooit meer
de wortels van
haar liefde aan.

De schepping (2)

De aarde was cirkel
of toch ongeveer,
doods en nog kraaknet,
onstuimig en teer.

Het einde, de tunnel,
een bries stoof er uit,
de lampen, de wolken,
het licht tot besluit.

Er ontspon zich een bodem,
plaveisel, moeras,
drijfzand, riolen,
steentjes, een plas.

Ge-dag en ge-nacht,
gescheur en gewelf,
de zon ging er onder,
de maan bleef vanzelf.

De aarde werd ronder,
of toch ongeveer,
doods en nog kraaknet
maar stil zondermeer

De ruimte

De ruimte laat zich afronden:
de liefde verbindt zich.
Deelachtig ook mijn schaduw
binnen die ruimte, niks
wordt over het hoofd gezien:
de dieren, ze zijn er
de mensen, man en vrouw
de lucht, de wolken: regen
de zee, een schip
varen van nat naar land
hartelijk bestand tegen
onlusten die komen,

een belofte wordt dromen.